Opinie Taskforce Toekomstbestendige stallen over innovatiekracht

Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, waarin er discussie ontstond over het belang van innovatie bij de verduurzaming van de veehouderij, reageert de Taskforce Toekomstbestendige Stallen met dit opiniestuk.

Een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland zorgt voor een maatschappelijke discussie over het belang van innovatie bij de verduurzaming van de veehouderij. Wat ons betreft ontstaat hierdoor onnodige twijfel over de kracht van innovatie op weg naar een toekomstbestendig veehouderij. Innovatieve brongerichte maatregelen in de stal tonen flinke reducties van ammoniakuitstoot met positieve effecten op dier, mens en milieu. De principes daarachter zijn wetenschappelijk onderbouwd. Innovatie en een duurzame veehouderij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Snelle vooruitgang
Er is een groot scala aan stalinnovaties in beeld. Wij kennen er zo’n 120 kriskras door Nederland. Vele worden door experts kansrijk geacht en ze worden steeds beter en robuuster. Uiteraard werkt niet alles direct zoals het hoort. Wel zien we snelle vooruitgang en goede resultaten op het gebied van emissies en dierenwelzijn. Daarom werken we met studiegroepen van veehouders, innovators en experts gestaag door aan nieuwe oplossingen. Deze moeten aansluiten bij de werkwijze van de boer, financierbaar – en financieel haalbaar zijn en passen bij het toekomstbeeld van een moderne veehouderij in Nederland.

Meten is weten
Voordat een stalinnovatie op de markt komt (erkende status RAV-lijst) wordt een innovatie uit en te na getest. De innovatieve oplossing wordt door onafhankelijke deskundigen getoetst conform wettelijk vastgelegde en internationaal toegepaste meetprotocollen. De emissiefactor vastgesteld in de RAV-lijst biedt daarbij stevig houvast. Door de bank genomen, leveren stalinnovaties flinke emissiereducties. In stallen met vleeskalveren lijkt 50% minder emissie haalbaar. Bij melkvee loopt dat op tot 70%. En bij varkens wordt een reductie van 85% gehaald.

Ondertussen wordt er in Nederland hard gewerkt aan doelgericht beleid. Een recent adviesrapport van de Taskforce Versnelling Innovatieproces Stalsystemen biedt de juiste richting. Continumetingen met de inzet van sensoren zijn cruciaal en worden in de praktijk reeds getest. Zo kan een veehouder straks zelf keuzes maken hoe binnen het vergunde emissieplafond te blijven. De veehouder kan daarbij kiezen uit nieuwe investeringen, managementmaatregelen, minder dieren of een ander verdienmodel.

Vakmanschap van de boer
De veehouder is niet uit te vlakken als belangrijke spil bij het halen van het emissiedoel. Als een nieuw systeem bij een veehouder wordt geïmplementeerd, is er tijd en aandacht nodig om aanpassingen op het boerenbedrijf goed in te richten, zodat de volle potentie van de innovatie optimaal wordt benut. Oog voor dier, bodem, plant, omgeving en de financiële consequenties is hierbij cruciaal. De sector is daarbij ontegenzeggelijk in beweging om de veehouder hierin te helpen.

Zet in op innovatie
Wij hebben dus hoge verwachtingen van innovaties. Dat wordt gevoed door de intrinsieke motivatie van (jonge) veehouders en samenwerking in de stal. We juichen de overgang van middel- naar doelvoorschriften toe om zo emissies van veehouderijbedrijven te monitoren en te reguleren. Echter, zolang de regelgeving hier nog niet op is aangepast, is het cruciaal dat vigerende wet- en regelgeving houvast biedt voor veehouders om hun bedrijf te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. We pleiten ervoor dat alle partijen blijven inzetten op innovatie. Dat realtime meten wordt bemoedigd. En dat de veehouder ten volle zijn vakmanschap kan benutten.

Ook aan de slag met innovatie onze regio? Doe mee aan Boer aan het Roer!

Bron: Landbouw en Voedsel Brabant

Blijf op de hoogte

Asset 7 Meer nieuwsberichten

‘Het blijft superspannend’

Conny van den Top heeft de afgelopen jaren steeds kleine stapjes gezet naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Vanuit gemeente Ede en LTO Noord heeft zij