Steven van Westreenen over de Omgevingswet: “Het gesprek met je buurt wordt nog belangrijker”

Naar verwachting gaat eind 2021 de Omgevingswet in. Wat betekent de wet voor agrariërs in de Foodvalley regio? Steven van Westreenen legt uit. “De Omgevingswet vraagt meer lange termijn denken van ondernemers. Nu al investeren in relaties met je omgeving voor plannen die je over drie jaar hebt.”

Wat houdt de Omgevingswet in?
“Het idee is dat met de Omgevingswet het systeem van omgevingsrecht eenvoudiger en beter wordt. 26 bestaande wetten worden in één bredere wet gegoten. Er is straks één landelijk omgevingsloket waar je terecht kunt. Bestaande verordeningen van de provincie worden één omgevingsverordening en elke gemeente vormt één omgevingsvisie. Ik heb het nog even opgezocht; In 1810 was de eerste mijnenwet van kracht. Dat was feitelijk de eerste wet Leefomgeving. Sindsdien zijn er talloze bij gekomen en door de jaren heen zijn zaken steeds ingewikkelder geworden. Op het gebied van leefomgeving zijn er wetten voor water verkeer, geur, monumenten, spoorweg, luchtvaart, er is zelfs een stikstofwet; die wetten liggen allemaal op elkaar gestapeld en sluiten vaak niet goed op elkaar aan. Men zoekt nu naar een eenvoudiger structuur.”

De omgevingswet heeft als doel het beschermen van de fysieke leefomgeving van burgers. Daarmee moeten duurzame ontwikkelingen makkelijker mogelijk worden gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van een integrale benadering en wordt gestuurd op het waarborgen van kwaliteit van de leefomgeving. Zaken als landschappelijke inpassing, dierenwelzijn, aandacht voor veiligheid voor de buurt en op het erf; alles gaat meewegen. Dus het in stand houden, doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de leefomgeving.

Wat betekent de Omgevingswet voor agrarisch ondernemers?
“Qua beleving verandert er niet veel. Als boer krijg je vooral meer te maken met het onderdeel participatie en gesprek in besluitvorming over jouw plannen: dat wordt de standaard. We stimuleren ondernemers nu als om mensen die om jou heen wonen en werken te betrekkern bij je bedrijf om draagvlak te creëren. Met de buurt om tafel gaan. Het helpt je enorm in het voortraject bij bijvoorbeeld bouwplannen als je draagvlak van de buurt kunt aantonen. Beter een goede buur dan een verre vriend gaat hier echt op. Wij vragen onze klanten bijvoorbeeld wat hun relatie met de buurt is, of ze een buurt barbecue hebben, of ze mensen laten meekijken op je bedrijf. Dat levert je altijd voordeel op bij de gemeente, maar straks gaat dat ook echt in de wet getoetst worden. Dat vraagt dus om meer lange termijn denken als ondernemer. Nu al investeren in goede relaties voor plannen die je misschien over drie jaar pas hebt.

Wat betekent dat voor de bewoonbaarheid van het platteland?
Het vraagt agrarisch ondernemers én burgers om nog meer oog voor elkaar te hebben. Ga als ondernemer actief in gesprek met je omgeving. Maar het vraagt dus ook wat van de burgers: het platteland is steeds meer in trek als woongebied. Zij zullen dus ook moeite moeten doen om te integreren in hun buurt en met interesse naar de boerderijen in hun buurt te kijken. Er moet ruimte zijn voor wonen, maar ook voor het koppelen van stoppende agrariërs aan bedrijven die willen starten of groeien. Je kijkt dan zowel naar fysieke ruimte als maatschappelijke behoefte.”

Welk gevolg heeft de Omgevingswet voor bestemmingsplannen van percelen?
Met de wet krijg je in feite een nieuwe versie van het bestemmingsplan: het omgevingsplan. Vóór dat plan zit dus de omgevingsvisie van je gemeente.

Kan het Landbouwnetwerk hier een bijdrage aan leveren?
Het Landbouwnetwerk moet in het Partneroverleg aandacht hebben voor de omgevingsvisies van gemeenten. Daar wordt door de gemeenten richting gegeven op deelgebieden: steken zij bijvoorbeeld primair in op landbouw of stedelijke ontwikkeling? We moeten meer toe naar doelvoorschriften in plaats van middelenvoorschriften. Daar moeten we in het netwerk naar streven. Met een consistent verdienmodel als voorwaarde. Gemeenten gaan nu met omgevingsvisies aan de slag; Ede is bijvoorbeeld al bezig, Barneveld moet nog starten.”

Hoe speel je als ondernemer in op de Omgevingswet bij nieuwbouwplannen?
“Zoals ik al zei, zorg dat je investeert in de relaties met je buurt voor de lange termijn. Als je dan plannen hebt voor je bedrijf, dan kan je het beste de volgende stappen zetten:

  1. Bepalen van je toekomstwensen. Wil je groeien, stoppen, heb je een opvolger, wil je specialiseren? Bij deze vragen kunnen trajecten als Zicht op de Toekomst en de Agro Ondernemersscan uitkomst bieden. Het helpt je om richting te bepalen en een bedrijfsplan te maken.
  2. Als tweede zul je een check moeten doen op je eigen locatie: je omgevingsplan (nu nog bestemmingsplan) toetsen op mogelijkheden en onmogelijkheden voor realisatie van een gebouw, windmolen, silo of wat je dan ook wilt. Dat gaat dus ook over zaken als hoogte, de bodem, geluid, energieverbruik. Lees het plan en de regels.
  3. Als derde doe je een vergunningscheck: welke vergunningen heb je al, wat ligt er vast voor jouw locatie? Is dat allemaal op orde of niet? Kan je Intern of extern salderen?
  4. Loop je tegen knelpunten aan qua omgevingsplan of vergunningen? Dan moet je kijken of je het passend kunt maken. Dan komt met name de omgevingswet aan de orde, want je moet gaan kijken wat een ingreep of aanpassingen voor effect op je omgeving gaat hebben. “


Hoe speelt milieuwetgeving daarin een rol?
“In de huidige omgevingsvergunning op het onderdeel milieu hoef je geen leges meer te betalen. Die komen wel terug in de nieuwe omgevingswet. Daarnaast betekent de integrale benadering dat milieu niet afzonderlijk getoetst wordt, maar in het totaalplaatje wordt meegenomen. Dat betekent dus ook dat het stikstofdossier vanuit de verordening van de provincie weer terugkomt via de omgevingsvisie van je gemeente. Als sector betekent dat dus dat we door moeten blijven ontwikkelen op het gebied van milieu. Inzetten op innovaties, niet op het verminderen van het aantal dieren. Laten zien dat we proactief daarin zijn. Vanuit pluimvee doen we dat bijvoorbeeld met fijnstof in dit gebied, de kalversector laat flinke stappen zien op het gebied van ammoniakreductie.”

Hoe kijk je vandaaruit naar het bericht van NOS over het rapport over de kalversector?
“Je ziet momenteel gewoon heel veel onrust. Mijn eerste reactie is dat niet doorgerekend is wat economische consequentie zal zijn. De impact op het transport bijvoorbeeld. Op korte termijn zal het dossier over de verkiezingen getild worden. Daarna zal het wel in de Tweede Kamer terug gaan komen en mogelijk consequenties hebben voor de sector. Als dat zo uitpakt dan heeft dat ook impact op de melkveehouderij. Iedereen zal hiermee te maken krijgen. Wat betekent dat op bedrijfsniveau? huisvesting, dierwelzijn, antibiotica, het stikstofdossier; dat speelt allemaal mee in deze problematiek. Als je kijkt naar de onderverdeling in kilo’s stikstof bij sectoren, dat ligt vooral bij de melkveehouderij en kalverhouderij. Op lange termijn kan het gevolgen met zich meebrengen als nog meer leegstand of zelfs bedrijven die naar het buitenland trekken. Hier zitten we op de Veluwe vlakbij een Natura 2000 gebied. Bedrijven die willen verplaatsen hebben qua grond eigenlijk goud in handen, maar men ziet ook onvoldoende perspectief.”

Heeft het zin om op de Omgevingswet te wachten als je nieuwbouwplannen hebt?
“Als je plannen hebt, dan zeg ik: Werk door. Het blijkt iedere keer weer dat wet- en regelgeving veranderen kan. Ga wel nu al stappen zetten voor de lange termijn. Investeren in goede relaties kost tijd en de proceduretijd neemt toe. En wend je invloed aan als ondernemer bij je gemeente, want de uitkomst van de omgevingsvisie heeft effect op wat je straks wel en niet mag op perceelsniveau. Houd dus koers en ga door met je bedrijfsontwikkeling.”

Blijf op de hoogte

Asset 7 Meer nieuwsberichten

‘Het blijft superspannend’

Conny van den Top heeft de afgelopen jaren steeds kleine stapjes gezet naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering. Vanuit gemeente Ede en LTO Noord heeft zij