Een mestflat lijkt misschien geen managementtool. Toch kun je er als melkveehouder veel aan aflezen. Over vertering, rantsoen, grasbenutting en bodemleven. Tijdens de kennisdag bij Melktap Groene Grens in Ede draaide het daarom niet alleen om natuur of biodiversiteit, maar vooral om de vraag: wat zie je op je eigen erf, en wat kun je daarmee in je bedrijfsvoering?
Onderzoeker Peter Vanhoof liet zien hoe voer, koe, mest, bodem en grasland met elkaar samenhangen. Wat een koe vreet, zie je terug in de mest. En wat je met die mest doet, werkt weer door in de bodem en uiteindelijk in de kwaliteit van je gras. Voor alle melkveehouders is dat geen bijzaak. Het gaat om grip krijgen op de kringloop in je eigen bedrijf.
Van meten naar beter sturen
De melkveehouders in het praktijknetwerk Toekomstgerichte Boeren Gelderland keken onder meer naar mestkwaliteit, emissiepotentieel, pH, vertering en microbiologie. Topmest-metingen lieten zien dat managementkeuzes effect kunnen hebben. Zo daalde het emissiepotentieel in de loop van de jaren en veranderde de verhouding tussen koolstof en stikstof. Zulke inzichten helpen om scherper te kijken: benut de koe het voer goed? Past het rantsoen bij het gras? En wat betekent dat voor de bodem onder je percelen?
Ook het verschil tussen vaste mest en drijfmest kwam aan bod. In vaste mest werden meer soorten bodemleven, gisten, schimmels en melkzuurbacteriën. Vaste mest bevat bovendien relatief veel koolstof en organische stof. Dat maakt het interessant voor boeren die willen werken aan bodemopbouw, betere draagkracht en een actiever bodemleven. Niet als doel op zich, maar als basis voor goed gras en een robuuster bedrijf.
Ook werd in vaste mest minder pesticiden gevonden wat gunstig is voor de microbiële activiteit en een lager emissiepotentieel. Over wat er op je bedrijf ongewild of ongemerkt binnenkomt is een film gemaakt ‘Stof tot handelen’:
Kijk eens anders naar je weidemest
Harm Rijneveld nam de deelnemers mee naar de mestflat in het weiland. Met scorekaarten kun je mest beoordelen op structuur, geur, kleur en activiteit. Ruikt mest zuur, naar ui of juist naar fermentatie? Zie je vliegen, maden, vogels of juist helemaal geen leven? Dat zijn signalen. Ze vertellen iets over vertering, rantsoen, bodemleven en de snelheid waarmee mest wordt opgenomen in de kringloop.
Juist die praktische blik maakt het interessant. Je hoeft niet meteen een groot plan te maken. Begin met kijken. Wat ligt er in de wei? Wat gebeurt ermee na een paar dagen? En wat zegt dat over je koeien, je voer en je bodem? De kennisdag liet zien dat zulke waarnemingen waardevolle input kunnen zijn voor keuzes in bemesting, beweiding en rantsoen.
Meer uit gras halen vraagt om vakmanschap
Ook bij de workshop draadloos weiden stond vakmanschap centraal. De techniek kan helpen om stripgrazen makkelijker te organiseren, koeien gerichter te sturen en arbeid te besparen. Maar de winst zit vooral in goed plannen: waar staat het beste gras, hoeveel krijgen de koeien en hoe past dat bij melkproductie en koeverkeer? Techniek vervangt het boerenoog niet, maar kan het wel ondersteunen.
Ook onderwerpen als compostthee en agroforestry werden vanuit die praktische vraag benaderd. Wat doet het met bodemleven, gewasvitaliteit, diergezondheid of klimaatbestendigheid? En past het op jouw bedrijf? Niet elke maatregel is voor elke melkveehouder logisch. Daarom is het belangrijk dat boeren ervaringen delen: wat werkt, wat vraagt extra aandacht en wat levert het op?
Leren van collega-boeren
Daar ligt ook de kracht van het praktijknetwerk. Kennis komt niet alleen uit onderzoek of van een adviseur, maar juist uit de combinatie met de praktijk van boeren zelf. Een jonge melkveehouder wil weten wat een collega heeft geprobeerd, waar hij tegenaan liep en wat hij morgen anders zou doen. LTO Noord helpt die kennis zichtbaar en bruikbaar te maken, zodat boeren niet ieder voor zich het wiel hoeven uit te vinden.
De uitnodiging aan melkveehouders is daarom niet: neem alles over. De vraag is wel: wat zie jij op je eigen bedrijf? Welke signalen geven je koeien, je mest en je gras? En welke ervaring kun jij delen met andere boeren? Juist door die kennis uit te wisselen, ontstaat praktische vooruitgang die past bij het bedrijf én bij de ondernemer.
Waarom deze dag?
De kennisdag vond plaats ter gelegenheid van 10 jaar Melktap Groene Grens van Jan en Carola van Ruiswijk. Tegelijk was het de slotbijeenkomst van het SABE-project “Praktijknetwerk Toekomstgerichte Boeren Gelderland” en het project van het Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland “Kennis in en door de Praktijk”.
Foto: Yvette van Wichen, LTO Noord
Bron: LTO Noord


