Gidsland 2.0: stikstof als voetnoot in de geschiedenis
Het is bijna drie jaar geleden dat het FD een artikel publiceerde met de kop ‘Een succesvolle stikstofaanpak ligt voor het oprapen’. In het artikel voeren hoogleraren Dick Heederik* en Henk Kievit een oplossing voor het stikstofprobleem aan die gebaseerd is op het succes van de onafhankelijke Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa); een publiek-private samenwerking waardoor het antibioticagebruik in de veehouderij drastisch werd verlaagd. Kievit: “Waarom passen we deze bewezen uitvoeringsoplossing niet toe op het stikstofdossier?” Een handreiking voor de nieuwe Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Jaimi van Essen.
Kievit: “De SDa staat tussen het ministerie en de sector in om een gezamenlijke aanpak te coördineren en wordt door het ministerie en de sector, veehouderijen en dierenartsen, publiek-privaat gefinancierd.” Het gemis van een dergelijk uitvoeringsorgaan is dé reden waarom Nederland nog steeds op slot zit,’ is de stellige overtuiging van Kievit. “Het gevolg is dat nu iedereen naar het ministerie kijkt – die moet met een oplossing komen -terwijl de expertise en uitvoeringscapaciteit op het ministerie ontbreekt. Uitstelgedrag is het gevolg, waardoor Nederland nog steeds ‘op slot’ zit.”
Toch is er geen reden tot pessimisme, aldus Kievit. “De urgentie is groot, zeker, maar er is wel degelijk veel gebeurd de afgelopen jaren. Hoewel menigeen beweert dat Kabinet Schoof niets voor elkaar heeft gekregen, is landbouwminister Femke Wiersma er wel degelijk in geslaagd om, in plaats van het opleggen van generieke kortingen, doelsturing als vertrekpunt in het beleid op te nemen. Een vertrekpunt dat ook door Kabinet Jetten wordt omarmd. Dit heeft grote impact in de praktijk, want hoe stel je deze doelen vast? Worden ze op bedrijfsniveau vastgesteld, per regio of per samenwerkingsverband? In de wetenschap dat het plaatsen van (ammoniak)emissiemeters op ieder individueel dierhouderijbedrijf enorm in de papieren loopt, ligt een regionale opgave meer voor de hand. Een publiek-privaat uitvoeringsorgaan kan dit prima inregelen en coördineren.”
Triple helix samenwerking
Kievit bekleedt de functies van hoogleraar Ondernemerschap en Ecosystemen bij Nyenrode Business Universiteit en lector Dienstbaar Organiseren bij de Christelijke Hogeschool in Ede. Hij besteedt een groot deel van zijn tijd aan samenwerkingen in de regio Foodvalley in de Gelderse Vallei. “Dit gebied kenmerkt zich door haar stikstofproblematiek vanwege een grote dichtheid van varkens-, pluimvee- en kalverhouderijbedrijven direct naast het Natura 2000 gebied de Veluwe. Als voorzitter geef ik mede sturing aan het regio Foodvalley Landbouwnetwerk, een samenwerkingsverband tussen 11 gemeentes, 2 provincies (Utrecht en Gelderland), onderwijsinstellingen en vele erfbetreders. Daarmee is sprake van een gebiedsgerichte aanpak via een triple helix samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Daarnaast loopt in dit Foodvalley gebied een langjarig emissie-onderzoek, gesteund door een begroting van 15 miljoen euro, om emissies zoals fijnstof en stikstof nauwkeurig in kaart te brengen.”
Wetenschap is de bloem van de praktijk
“Bij aanvang van het onderzoek was er in de Gelderse Vallei slechts één RIVM-meetpunt, in de natuur nabij Wekerom. Discussies over de effectiviteit en het nut van modellen werden volop gevoerd. Meten is weten. De betrouwbaarheid groeit met een toename van het aantal meetpunten; van één werd dit in korte tijd uitgebreid tot 73 meetpunten**: in natuur-, landbouw- en stedelijk gebied. We vergelijken de meetresultaten met de RIVM-modellen van de Wageningen Universiteit. Wetenschap is de bloem van de praktijk.”
Valideren modellen
Kievit benadrukt: “Je mag geen (is)gelijkteken tussen wetenschap en beleid zetten. Zoals bijvoorbeeld met het AERIUS-model is gebeurd. Daar is het misgegaan. Zo’n model kun je niet als uitgangspunt nemen voor vergunningverlening. Met onze meetgegevens uit de Gelderse Vallei kunnen we het beleid wél schragen op basis van stalmeetgegevens van 24 varkens-, pluimvee- en kalverbedrijven, 25 natte depositiemeetpunten en de 73 omgevingsmeetnetwerk locaties. Kievit is voorzitter van dit onderzoeksconsortium van regionale meetnetwerken Foodvalley***. Zo’n onderzoek vergt meerdere jaren om de invloeden van het weer, seizoenen, levend vee en het vakmanschap van boeren te onderscheiden. Het voordeel van de Gelderse Vallei is dat het een relatief afgesloten gebied is, zonder impact van grote industrieën, zoals Tata Steel. Na een aantal jaren van onderzoek met feitelijke meetgegevens kunnen we in ieder geval vaststellen dat de Gelderse Vallei wel degelijk een opgave heeft de uitstoot van stikstof te reduceren.”
De wet is stuk
Kievit verklaart het succes van de SDa, die in 2010 werd opgericht: “Het grote verschil met nu was de aanwezigheid destijds van instituties: naast Ministeries, een landbouwvoorlichtingsdienst en Productschappen: een publiek-private samenwerking, waarin deelnemers elkaar intensief opzochten en samen een convenant opstelden. Een uiterst effectieve aanpak: ten opzichte van de nulmeting uit 2009 – het referentiejaar dat werd vastgesteld rond de invoering van het convenant om antibioticagebruik in de dierhouderij aan te pakken – is er een totale reductie van 75,5% bereikt in de verkoop van antibiotica.”
“Nu is het antibioticagebruik weliswaar makkelijker te registreren dan ammoniak, maar dezelfde methodiek zou ook hier goed kunnen werken. Veehouders kregen duidelijke doelen en werden actief door onafhankelijke voorlichters geassisteerd om hun bedrijfsvoering aan te passen, teneinde het antibioticagebruik te minderen. Boeren werden dus niet in de armen gedreven van adviseurs met commerciële belangen.”
“Het stikstofprobleem is feitelijk een verlies aan voedingsstoffen voor de boer. Het element N is immers een wezenlijke voorwaarde voor plantengroei. Boeren hebben er belang bij emissies tot een minimum te beperken. In de praktijk zijn boeren al volop bezig met o.a. aanpassingen in het rantsoen en de fokkerij om deze emissies terug te dringen. Het is de uitdaging deze reducties vast te stellen en aan de hand van peer review onderzoek te valideren, waarmee boeren erkenning en waardering krijgen voor hun inspanningen. De huidige wet, via de juridische weg, is stuk. Je kunt een individuele boer niet aansprakelijk stellen voor het in stand houden van de natuur.”
Stikstofreductiedoelstelling is haalbaar
“Ten opzichte van referentiejaar 2019 is per 2023 al een stikstofreductie van 17 procent gerealiseerd in de regio Foodvalley. Op basis van een autonome ontwikkeling kunnen we tot 2035 een reductie van 40 procent behalen. Dit is voor een groot deel toe te schrijven aan bedrijven zonder bedrijfsopvolging, die de komende jaren zullen stoppen en innovaties. Het strokenbeleid, restricties opleggen aan bedrijven binnen 500 meter van een Natura 2000 gebied, levert een beperkte reductie op; slechts 3 procent volgens de meetnetwerken uit de Foodvalley regio. Een gebiedsgerichte aanpak is dus nodig. Voor de Veluwezoom moet in totaliteit 4,4 kton stikstof (4.400.000 kg) gereduceerd worden. Daarvan moet 3 kton uit de Gelderse Vallei komen, de ‘oksel’ van de Veluwe. Dat we in Nederland hoofdzakelijk te maken hebben met westenwind speelt hierbij een grote rol. De Gelderse Vallei ligt immers ten westen van de Veluwe. Boeren zijn, mits goed begeleid door een dienst landbouwvoorlichting 2.0, goed in staat om de resterende reductieopgave te volbrengen. Dit betekent dus niet per definitie aansturen op een halvering van de veestapel of boeren aanmoedigen om te stoppen, aangezien boeren, naast voedselvoorziening, ook tal van cruciale rollen op het platteland vervullen. Denk aan de leefbaarheid van het platteland, borging van onze voedselvoorziening, het tegengaan van criminaliteit, het bieden van zorg en het creëren van uitloop- en recreatiegebieden; en dus niet of minder in de Natura 2000 gebieden. De opkomst van Klompenpaden past goed in deze ontwikkeling.”
“De landbouwmarkt is geen volledige mededingingsmarkt, louter gebaseerd op transacties. Hier ligt een gezamenlijke maatschappelijke opgave, niet enkel die van boeren, indachtig het gedachtegoed van Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom. Haar levenswerk draait om de vraag hoe mensen succesvol kunnen samenwerken om schaarse, gedeelde bronnen te beheren. Er wordt te vaak gezegd dat boeren anders moeten boeren, maar dat heeft gevolgen voor de prijzen van de producten. Als burger zijn we bereid deze te betalen, maar ook als consument? We moeten ook nadenken over de kwaliteit van voedselproducten in de supermarkt: mogen die uit het buitenland komen en geproduceerd zijn met lagere eisen voor bijvoorbeeld milieu en dierenwelzijn?”
De kracht van het collectief
“We moeten het samen mét de boeren doen: collectief, gebiedsgericht en met een bedrijfsemissiemodel als uitgangspunt. Feitelijk is dit een upgrade van het Mineralen Aangifte Systeem (MINAS) of de stoffenbalans, waarin de aan- en afvoer wordt vastgelegd. Een inspirerend voorbeeld is het initiatief in het Noord-Hollandse Den Helder, waar Shell een mestvergistingsinstallatie wil bouwen, waarbij de mest van 500 veehouders kan worden verwerkt tot een hoogwaardige kunstmestvervanger en een groot gebied, bijvoorbeeld Texel, van biogas kan worden voorzien.”
Met de ervaring die we hebben opgedaan met de SDa kunnen we met een publiek-privaat zelfstandig bestuursorgaan alle uitdagingen aan. Niet alleen op het gebied van stikstof, maar ook als het gaat om dilemma’s als dierenwelzijn, waterkwaliteit, broeikasgas, fijnstof, gewasbescherming. De Nederlandse Bank is een vergelijkbaar publiek-privaat orgaan, die de stabiliteit, nationaal en internationaal, bewaakt.
Opknippen van de opgaves
“Hier ligt een prachtige kans die door de nieuwe Minister van LVVN kan worden benut. Richt een publiek-privaat zelfstandig bestuursorgaan op dat een mandaat van minimaal 10 jaar krijgt om voornoemde dilemma’s goed te kaderen en in samenspraak met de sectoren en de regio’s op te lossen. Dit betekent dat de opgaves zorgvuldig worden opgeknipt. De landbouw staat aan de lat voor stikstofreductie. Maar ook de industrie en de provincies krijgen een taak als het gaat om het reguleren van emissies, mobiliteit en natuurherstel. Tussentijds wordt niet aan de doelen gesleuteld. Ondernemers hebben zekerheid dat hun investeringen afgeschreven kunnen worden over een termijn van tien jaar.”
Je kunt beter chips van aardappelen eten dan van ASML
“Nederland is een land van innovatie. We leveren hoogwaardige producten met de laagste footprint. We zijn de grootste ter wereld in zaadveredeling. Daarentegen is de milieudruk onevenredig groot. Dit tweede, zwaarwegende component kunnen we tackelen dankzij kennis en innovatie. Hiervoor is een zekere minimale massa, inclusief een sterke boerenpopulatie, een voorwaarde. Ik onderschrijf de probleemanalyse van Peter Wennink, voormalig ASML-bestuurder, grotendeels maar niet het advies dat we hoofdzakelijk in Brainport Eindhoven moeten investeren. Verkwansel niet de toonaangevende voedselpositie van Nederland. Bij een crisis kun je beter chips van aardappelen eten dan van ASML.”
Kievit besluit: “Kijk naar de volledige voedselketen, die mondiaal is verbonden via de Rotterdamse haven en Schiphol. Combineer innovaties als robotica, precisielandbouw en AI en ik ben ervan overtuigd dat stikstof niet meer dan een voetnoot is in onze geschiedenis. Wees goed, vertel het veel beter en intensiever dan nu plaatsvindt, slecht de muren tussen biologisch en gangbare landbouw: verbind, maak contact. Dus excellentie, beste Jaimi, ik ga graag met je AAN TAFEL!”
* Dick Heederik is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en voorzitter van het expertpanel Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit (SDa). Henk Kievit is hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit en voorzitter van het landbouwnetwerk Regio Foodvalley.
** Emissiereductie: https://www.regiofoodvalley.nl/programma/regio-deal/themas/1-transitie-landbouw/emissiereductie/
*** Meetnetwerken Foodvalley: https://metenluchtkwaliteitfoodvalley.nl/
BRON: Handreiking aan Jaimi van Essen – AAN TAFEL


