Opinie: Stikstofbeleid dreigt landbouwkennis te verschralen

Een jong kabinet staat klaar om Nederland van het stikstofslot te halen. Maar zijn de kennis, het overzicht en de ervaring daarvoor nog wel beschikbaar?

„Er moet een landbouwplan komen van boeren en ecologen samen. Maar dan wel echt praktische ecologen die nog verstand hebben van landbouw. Die al wat langer meelopen en grote lijnen kunnen overzien.”

Het kabinet „gelooft in vakmanschap en innovatiekracht”, zo valt te lezen in het onderdeel ”Landbouw, natuur en stikstof” van het coalitieakkoord. Men wil voortvarend aan de slag en vindt dat de politiek „keuzes moet maken”. Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Alleen vraag ik me regelmatig af wie nog goed de complexiteit en samenhang van het geheel overziet.

Sinds het wegvallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn er bij overheden honderden nieuwe mensen aangenomen die zich bezighouden met stikstof, met de Omgevingswet, met natuur en biodiversiteit. Allemaal mensen die zich van harte inzetten voor een deel van de puzzel.

Juist rond landbouw is de opgave in werkelijkheid vele malen lastiger dan op papier

Maar nergens is de opgave zo lastig als rond de landbouw. Werken met de bodem, afhankelijk zijn van het weer en ondanks steeds meer kennis nog altijd regelmatig moeten werken met ziekten en plagen bij dieren en gewassen: het is in werkelijkheid vele malen lastiger dan op papier.

Meer dan ooit is er behoefte aan visie, verbinding en verschillende soorten kennis. Willen we als Nederland nog blijven meepraten en meedoen in Europa en in de wereld als het gaat om landbouwkennis en landbouwinnovatie? Dan is het wellicht al vijf over twaalf.

Kaalslag
Het aantal boeren daalt al langere tijd hard. Maar met de beëindigingsregeling veehouderij in de afgelopen jaren ben ik, en velen met mij, geschrokken van wélke boeren stoppen. Juist fantastische ondernemers met visie en prachtige en relatief nieuwe bedrijven zien geen toekomst meer in Nederland en stoppen ermee. Gemeenten kunnen niet anders dan hieraan meewerken: de agrarische bestemming van een perceel verdwijnt, er komt een woonbestemming voor in de plaats en men gaat over tot de orde van de dag.

Maar wat houden we op deze manier over? Juist nu moeten de verschillende overheden samen met spoed aan de slag om de verschillende regio’s en gebieden economisch én ecologisch op orde te houden. Diverse provincies hebben hun best gedaan om met plannen te komen op het gebied van emissiereductie, in een poging om natuurwetvergunningen weer mogelijk te maken. Maar het zijn de gemeenten die over de ruimtelijke ordening gaan, in samenwerking met het Rijk, dat met de Ontwerpnota Ruimte weer regie naar zich toetrekt.

Te vaak bespeur ik een idee van maakbaarheid in raadshuizen en provinciehuizen en bij het Rijk. Maar als het om boerenbedrijven en landbouwgrond gaat, is er momenteel nergens meer ruimte om vanuit niets te starten. Een bedrijf dat stopt, zal vrijwel nooit meer opnieuw starten. Vruchtbare landbouwgrond die wordt afgegraven voor natuur is minimaal de komende honderd jaar niet meer geschikt om voedsel op te verbouwen. Maar dit besef, deze urgentie, mis ik in het  landbouwdebat. Maar weinigen lijken te beseffen dat we met het stikstofbadwater ook ons landbouwkind dreigen weg te gooien.

Kennisverlies

Binnen de zogenaamde ”Aanpak Veluwe” was behoefte aan een plan van aanpak voor een grondstrategie. Twee pensionado’s meldden zich, de ene met een achtergrond bij de Dienst Landelijk Gebied, de andere met een achtergrond bij Natuurmonumenten. Zij bezitten kennis die steeds meer aan het verdwijnen is. Gelukkig zie ik op allerlei terreinen nog pensionado’s die betrokken zijn bij landbouwdossiers. Maar hoe moet dat over tien jaar als we niet nu met een echt goed landbouwplan komen?

Er zijn echt praktische ecologen nodig die nog verstand hebben van landbouw

Dat landbouwplan moeten we maken met boeren en ecologen samen. Maar dan wel echt praktische ecologen die nog verstand hebben van landbouw. Die al wat langer meelopen en grote lijnen kunnen overzien. We moeten de kennis en ervaring uit de praktijk ophalen en vastleggen. Zo sprak ik een loonwerker van boven de zestig die me vertelde: „Het plantje dat ecologen nu weer in de akkerrand willen hebben, dat noemden we vroeger ”akkermansverdriet”. We waren blij dat we ’t eindelijk kwijt waren.”

Verbinding
Als voormalig veearts werk ik, tot mijn eigen verrassing, nu alweer bijna negen jaar voor de gemeente Ede en voor de regio Foodvalley. Verbinder tussen boeren en beleid, zo voelt het. Beide talen spreek ik voldoende om te kunnen tolken. Tegelijkertijd zie ik dat het ook hard nodig is dat er vertalers komen tussen de Wageningen Universiteit, die al het overheidsbeleid moet zegenen, en de boerenpraktijk, waar de echte innovatie plaatsvindt.

Natuurbeheer kun je beter doen in nauwe samenwerking met boeren die in het gebied wonen

We praten al jaren over doelsturing, maar het belonen van vakmanschap met een vergunning wil nog steeds niet lukken. De overheid praat over experimenteerruimte en fieldlabs, maar echt experimenteren mag niet meer, want we liggen aan de ketting van Brussel. Wordt dit de komende vier jaar anders?

Om ”de natuur te redden” worden honderden hectares grond afgegraven. En ondertussen vertraagt het loskomen van de gelden voor agrarisch natuurbeheer en worden vergoedingen en budgetten niet opgeschroefd, maar zelfs verlaagd. Op een door de boerenorganisatie LTO georganiseerde avond over het Utrechtse Perspectief voor het Landelijk Gebied (UPLG) klaagde een boer over het slechte beheer van een N2000-gebied vlakbij. De provincie erkende dat het inderdaad niet helemaal goed was gegaan wegens geldgebrek, maar dat ze nu weer geld hadden. Hoe precair is dat? Natuurbeheer kun je beter doen in nauwe samenwerking met boeren die in het gebied wonen en er dagelijks aanwezig zijn.

Vakmanschap

Het is ontzettend belangrijk om rust te bewaren en geen overhaaste besluiten te nemen die niet meer terug te draaien zijn. En om per gebied toekomstplannen te maken met de in het gebied nog aanwezige landbouwkennis. Om goed na te denken over op welke plekken verschillende typen landbouwbedrijven goed passen en deze te behouden voor de toekomst. En om zo te zorgen dat vakmanschap en innovatie, landbouwscholen, universiteiten en aanpalend bedrijfsleven in Nederland blijven bestaan.

Duurzame voedselproductie kan mét zorg voor mensen, dieren en planten. Maar ze vraagt om het verbinden van praktijkkennis met kennis van wetenschap, om kennis van de geschiedenis in combinatie met visie voor de toekomst. Zulke productie vraagt om goede gesprekken, gevoerd in rust en geworteld in de regionale praktijk. Met een nieuw kabinet en gemeenteraadsverkiezingen voor de deur is het tijd om te bidden voor én te werken aan behoud van de eeuwenlange voedselproductie in Nederland. Behoud van kennis en ervaring om zo ook iets te kunnen blijven betekenen in een internationale context.

Gerdien Kleijer, de auteur, is zelfstandig adviseur landbouw.
Bron: www.rd.nl

Blijf op de hoogte

Asset 7 Meer nieuwsberichten

Handreiking aan Jaimi van Essen

Gidsland 2.0: stikstof als voetnoot in de geschiedenis Het is bijna drie jaar geleden dat het FD een artikel publiceerde met de kop ‘Een succesvolle stikstofaanpak